ROTTERDAM - Ter gelegenheid van haar 175-jarig bestaan bracht de Koninklijke Roei- en Zeil Vereeniging ‘De Maas’ zestien bemanningsleden van de legendarische Flyer 1 en 2 van wijlen Conny van Rietschoten bij elkaar. Het werd een feest der herkenning en van mooie verhalen. Ook Keith Musto, oprichter van het gelijknamige highperformance zeilkledingmerk, was hierbij aanwezig. Voor hem werd het een weerzien met de mannen die hem 45 jaar geleden hielpen bij de ontwikkeling van wat we nu kennen als de HPX-lijn en het drielagensysteem.
Na de gewonnen Whitbread Round the World Race van 1977-78 ging Conny van Rietschoten in zee met Musto. Zijn rechterhand en wachtleider Aedgard Koekebakker herinnert zich nog goed hoe dat ging: “Op de Flyer 1 zeilden we met Henri Lloyd. Conny ging daarna op de beurs bij hen langs en bestelde een dik, warm jack. Hij vroeg of ze een deal konden maken als de hele bemanning aangekleed zou worden. Het antwoord luidde: ‘No charity in this business.’ Daarop stelde Barry Pickthall – zeiljournalist van de Times – voor om naar Musto te gaan, want die waren bezig met iets te ontwikkelen.”
Ondanks zijn hoge leeftijd (90) kan ook Keith Musto zich dat nog levendig voor de geest halen: “Conny besloot om bij ons langs te gaan en vloog in de herfst van 1979 met zijn privéjet van Rotterdam naar Southend. Wij namen hem mee naar de bossen van Essex, boden hem een kop thee aan en vroegen hem om een nauwkeurige beschrijving van zijn ideeën over warm en droog blijven. Zijn reactie was simpel: ‘Ik wil een maand lang op een koud aluminium dek kunnen zitten en toch warm en droog blijven.’ Enkele weken later kregen we het verzoek om een drielagen set van ons prototype ontwerp naar Daniel Wlochovski te sturen om gedurende die winter te testen.”
Drielagensysteem
Het bemanningslid dat dit vanuit het Flyer 2-team moest coördineren, was niemand minder dan Grant Dalton (NZL), CEO van Team New Zealand. Hij kwam destijds als begin twintiger aan boord: “Ik rapporteerde onze bevindingen terwijl we de uitrusting gebruikten. Keith was de pionier en Gore-Tex zag een gat in de markt. De eerste spullen waren zwaar en lekten als een zeef, omdat destijds de afdichting van de naden volledig losliet. Het ging niet alleen om de buitenlaag, waar iedereen meestal aan denkt. Het was dat volledige drielagensysteem dat door Keith was ontwikkeld. Van het polypropyleen ondergoed tot het jack en de salopette daar bovenop, die voor extra warmte zorgden. Daaroverheen kwam vervolgens de weerbestendige buitenlaag. Dit was revolutionair, want tot die tijd was alles van pvc gemaakt. Je trok in feite gewoon een enorme plastic zak aan. Ik herinner me nog goed dat het veiligheidsharnas in het Musto-jack was geïntegreerd, wat in die tijd compleet nieuw was.” Tegelijkertijd droeg de bemanning ook ideeën voor verbeteringen aan.
Koekebakker: “Mijn persoonlijke bijdrage was de grote lus, zodat je het pak in de boot kon ophangen om te drogen. Maar ook de gulp voor als je in slecht weer moet plassen. Zo waren er nog meer kleine dingen en die samenwerking met Musto ging heel goed.”
Gore-Tex
Ondertussen ging het denkproces verder. Keith Musto: “De dichtheid en het vochtafvoerend vermogen van onze onderlaag voldeden, net als de middenlaag van Thinsulate voering en fijngeweven polyester buitenstof. Deze materialen waren ademend, weinig absorberend en nieuw op de markt. Alleen gebruikten we in die tijd waterdicht nylon met neopreen coating als buitenlaag. Dit was zwaar, stug en niet ademend. Nadat ik een artikel had gelezen over een nieuw materiaal met een ademende coating die aan de buitenlaag was gehecht, heb ik het bedrijf - LW Gore - om samples gevraagd. Conny was sceptisch, maar we spraken af om het te testen. Als Gore-Tex niet zou voldoen, zouden we teruggaan naar het neopreen gecoate Bri-nylon.”
Er kwamen achttien sets van drie lagen om tijdens een trans-Atlantische training te testen. Musto: “De onder- en middenlaag kregen de goedkeuring. Hoewel de bemanning de buitenlaag qua lichtheid en comfort fijn vonden, faalde de waterdichtheid en dat was een belangrijke vereiste. Dit lag aan het membraam en het tapen van de naden.” De ontwikkeling ging verder. Topfotograaf en destijds voordekker op de Flyer 2, Onne van der Wal, weet daar alles van: “Omdat ik op de boeg was, was het altijd nat en shitty. Keith vroeg me steeds hoe het was en hoe de uitrusting voelde. We gingen door een boel pakken heen, maar uiteindelijk was het echt warm, droog en perfect.”
De Flyer reünie
Aan deze bijzondere reünie ging een maandenlange zoektocht naar oud-bemanningsleden vooraf. Zo werd de in Panama wonende Argentijn Edgardo Fischer slechts een week geleden in de jungle gevonden. Hij twijfelde geen moment en boekte direct een ticket naar Nederlasnd. Grant Dalton twijfelde wel, maar besloot uiteindelijk toch te komen. “Ik ben werkelijk overdonderd”, aldus Dalton, die uiteindelijk vijf Whitbread-edities zeilde en driemaal de America’s Cup won: “Het is zo indrukwekkend en ongelooflijk goed georganiseerd. De verschillende onderdelen maken het bijzonder: de gerenoveerde Flyer Room, de club, de viering van 175 jaar, de twee Whitbread trofeeën die weer zijn herenigd met de vereniging waar ze thuishoren. En natuurlijk ook het weerzien met sommige van de mannen en het horen van hun verhalen. Het klinkt misschien wat cliché, maar de Flyer 2-campagne was voor mij het begin. Het was de hoeksteen, het fundament, het lanceerplatform. Sindsdien is eigenlijk alles op zijn plek gevallen en heeft het een logisch vervolg gekregen.”
Aedgard Koekebakker kwam dankzij superjachtontwerper Gerard Dijkstra op het pad van Conny van Rietschoten en heeft als enige op zowel de Flyer 1 als 2 gezeild. Hij bracht op zijn beurt Gerard Dijkstra aan boord van de Flyer 1 toen Van Rietschoten een nieuwe navigator zocht. Op de vraag wat de Whitbread hem heeft gebracht, antwoordt Dijkstra: “Als je een boot ontwerpt, heb je zeilervaring nodig. In ieder geval in mijn tijd. Anders weet je niet wat de krachten erop zijn, hoe een boot zich op zee gedraagt. Daar was de Flyer natuurlijk een mooi voorbeeld van, omdat ik daar gezien heb wat een schip kan en niet kan en wat er nodig is. En hoe belangrijk het is om een boot betrouwbaar te maken. Je kan nog zo’n mooi jacht ontwerpen, maar je moet wel de haven halen. Dat was ook de filosofie achter de Flyer. Om te kunnen winnen, moet je finishen. Om te kunnen finishen, moet je je goed voorbereiden. Dat principe pas ik toe op de jachten die we ontwerpen.”
Dat deze reünie veel voor de oud-zeilers betekent, bleek wel uit het gesprek met Onne van der Wal die af en toe even moest slikken: “Het was een ongelofelijk indrukwekkende tijd in mijn leven. Ik werkte hard, was committed en dat een man als Conny dan zegt: ‘Ja, jou wil ik hebben. Je bent machinist, voordekker en gaat filmen.’ Om vanuit Zuid-Afrika daar te komen wat je eigenlijk nooit zag, de topcampagne in de wereld. Ja, it’s just a dream come true.”
Wandelend over de steigers richting de Flyer 2, die voor de gelegenheid ligt afgemeerd in de Veerhaven, vertelt ook Keith Musto wat dit weerzien met hem doet: “Het is geweldig. De sfeer van deze dag is precies wat ik belangrijk vind in het bedrijf. Het enthousiasme en de passie van de mensen, en het pionieren.”
Trofeeën en records
Tot op heden is Conny van Rietschoten de enige schipper die de Whitbread Round the World Race (later de Volvo Ocean Race en tegenwoordig The Ocean Race) tweemaal won. Beide trofeeën werden dit weekend aan De Maas geschonken en staan nu in de Flyer Room. De KR&ZV De Maas is de enige jachtclub die de race driemaal won; met de Flyer 1 en 2 en later met Team ABN AMRO One van schipper Mike Anderson.
Fotografie Hans Wijker
55aa2ee0-6726-0f7d-267f-a839dca1da77
8dd72de4-f44d-ee21-793a-c6c6ccff48da
fea4f362-7dd1-0ffe-e74f-1324b6120c8b
ec7cd830-11c0-4b86-cc4a-cf0df87748f5
8ab21775-59c7-fcbc-5a3d-1dd9db9d1c5a